SP wil beroepsbescherming. CDA stelt meeste vragen.
Leden van de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van de Tweede Kamer hebben zich gebogen over het kabinetvoorstel tot wijziging van de Wet op de architectentitel. Het verslag van de commissie bevat de eerste standpunten van de fracties en bevat de gestelde schriftelijke vragen. Onder het voorbehoud dat de regering de gestelde vragen tijdig en afdoende zal hebben beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van dit wetsvoorstel voldoende voorbereid. Het volledige verslag met alle door de leden van de kamercommissie gestelde vragen kunt u hieronder downloaden. Enkele punten uit het verslag:
- De leden van de PvdA-fractie hebben met instemming kennis genomen van het wetsvoorstel;
- De leden van de SP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel en zijn verheugd over de voorgenomen eis van een beroepservaringperiode. Daarentegen betreurt de SP het feit dat de Wet op de architectentitel geen beroepsbescherming zal gaan bieden. Het is de SP verder niet duidelijk waarom geen regeling voor gedragsregels en klachtrecht is opgenomen.
- De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van het wetsvoorstel, maar vragen zich in het kader van de bedrijfseffecten wel af hoe de regering grip wil houden op de administratieve lasten en op de kosten;
- De leden van de CDA-fractie hebben kennis genomen van het voorstel. Het CDA vraagt zich af of de huidige wetgeving in overeenstemming is met de Europese Richtlijn. Zo niet, waarom is dat bij de laatste wijziging niet geregeld?
De leden van het CDA stellen de meeste vragen. Volgens het CDA is het terecht dat de Wet op de architectentitel slechts titelbescherming biedt en geen beroepsbescherming. De door het CDA gestelde vragen gaan onder andere over de beroepservaringperiode, over de omvorming van het Bureau Architectenregister tot een zelfstandig bestuursorgaan en over de vraag hoe om te gaan met de eis dat het woord architectenbureau slechts gevoerd mag worden als 50% van de partners of vennoten van het bureau is geregistreerd als architect. In dat verband wordt als voorbeeld het Architectenbureau Van den Broek en Bakema aangehaald - dat overigens enkele jaren geleden is omgedoopt in Broekbakema [red.].
In aanvulling op de vragen over het wetsvoorstel zijn door de commissie vragen gesteld over de informatiebijeenkomst van 29 oktober 2009. Deze laatste vragen zijn inmiddels door de minister beantwoord.
De verslagen met de door de kamercommissie gestelde schriftelijke vragen kunt u hiernaast downloaden. U kunt ook zelf reageren op de discussie via het reactieformulier op deze website.
