Belangrijkste veranderingen

Download PDF versie:

Inleiding

De Wet op de architectentitel (WAT) is in werking getreden op 1 oktober 1988. Voor het beheer van het register is in datzelfde jaar een bureau ingesteld: de Stichting Bureau Architectenregister (SBA). De aan registratie gekoppelde titelbescherming was vijf jaar later van kracht. Sindsdien zijn uitsluitend degenen die zijn ingeschreven in het architectenregister gerechtigd tot het voeren van de titel architect, stedenbouwkundige, tuin- en landschapsarchitect of interieurarchitect. Inschrijving in het register was tot op heden voorbehouden aan degenen die het in de wet genoemde diploma van een universitaire of hbo-opleiding op het desbetreffende vakgebied bezitten, als men het zogenaamde architectenexamen met goed gevolg heeft afgerond óf als men in het bezit is van een buitenlands diploma. Beroepservaring of jaarlijkse bij- en nascholing waren tot nu toe geen vereisten voor inschrijving in het register.

De doelstellingen die ten grondslag liggen aan de Wet op de architectentitel zijn:

  1. het scheppen van waarborgen voor vakbekwame beroepsuitoefening van architecten, stedenbouwkundigen, tuin- en landschapsarchitecten en interieurarchitecten ter bevordering van de kwaliteit van de gebouwde omgeving en het landschap;
  2. het implementeren van Europese richtlijnen voor architecten, stedenbouwkundigen, tuin- en landschapsarchitecten en interieurarchitecten;
  3. consumentenbescherming. Dit houdt in dat de opdrachtgever ervan mag uitgaan dat indien hij een geregistreerd ontwerper inschakelt deze beschikt over voldoende deskundigheid om de opdracht te realiseren.

Op 15 juli 2008 is de Wet op de architectentitel herzien en werd de verplichting tot bij- en nascholing voor bouwkundig architecten ingevoerd. Hiermee werd de EU-Richtlijn Erkenning Beroepskwalificaties geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving.

Nu staan we opnieuw voor een verandering. De ministerraad heeft op 10 juli 2009 op voorstel van minister Cramer van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ingestemd met toezending aan de Tweede Kamer van een wijziging van de Wet op de architectentitel. De wenselijkheid en noodzaak van de wijziging van de Wet is afgestemd met de ministeries van LNV en van OCW. Het ministerie van BZK is mede-ondertekenaar van de wet in verband met zijn betrokkenheid voor de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen (2006). Met de wijziging van de WAT wordt beoogd om de wet tot een krachtiger kwaliteitsinstrument te maken.

Naast een passende opleiding dient een in het architectenregister ingeschreven ontwerper1 over voldoende beroepservaring te beschikken. Anders gezegd, hij of zij dient te beschikken over de kennis, het inzicht en de vaardigheden die nodig zijn om de verantwoordelijkheid in het realisatie-, plannings- en ontwerpproces aan te kunnen en het proces tot een goed einde te brengen met de andere partners2.

De universitaire opleidingen op het gebied van de architectuur, stedenbouw en tuin- en landschapsarchitectuur verzorgen een "wetenschappelijke ontwerpopleiding"3. In deze opleiding staan ontwerp en onderzoek centraal. Studenten leren projecten op een wetenschappelijke wijze uit te denken en in schets te brengen. De afstudeerrichtingen architectuur, stedenbouw en tuin- en landschapsarchitectuur leiden op tot ingenieur, maar pretenderen daarbij niet dat er sprake is van een volwaardige opleiding tot het beroep van respectievelijk architect, stedenbouwkundige of tuin- en landschapsarchitect. Een pas afgestudeerde heeft meestal te weinig kennis en ervaring om een ontwerp- en bouw/realisatieproces integraal te beheersen. Daarom zullen aanvullend op de opleiding additionele kennis, inzicht, vaardigheden en beroepservaring moeten worden opgedaan.

De belangrijkste veranderingen in de Wet op de architectentitel worden hieronder in de punten 1 tot en met 7 samengevat.

1. De beroepservaringperiode

Het doorlopen van een tweejarige beroepservaringperiode is verplicht gesteld alvorens men zich kan laten inschrijven in het register. Deze beroepservaringperiode is erop gericht op het zich in de praktijk bekwamen in de uitoefening van het beroep, onder begeleiding van een persoon die tenminste drie jaar in dat beroep werkzaam is en als zodanig is geregistreerd in het register. Een persoon die de beroepservaringperiode wenst te doorlopen is zelf verantwoordelijk voor het vinden van een architect, stedenbouwkundige, tuin- en landschapsarchitect of interieurarchitect die hem als mentor begeleidt. De persoon die de beroepservaringperiode doorloopt en werkt bij een bureau of bij een overheidsinstelling van zijn discipline, vindt die begeleiding in de regel bij dat bureau of bij die overheidsinstelling. Deze ervaringsperiode is verplicht voor iedereen die na bekendmaking van de regeling beroepservaring door het Architectenregister en na afloop van de in de regeling opgenomen overgangsperiode, in bezit komt van het door de wet vereiste diploma en de titel van architect wenst te voeren. De wet houdt rekening met de specifieke inhoud van de opleidingen. Bij accreditatie wordt vastgesteld of het praktijkgedeelte van die opleiding vergelijkbaar is met aan de inhoud van de tweejarige beroepservaring. Zo zal vrijstelling mogelijk zijn voor de beroepservaringperiode voor studenten aan de Academies voor Bouwkunst.

De inhoudelijke onderbouwing voor de beroepservaringperiode ligt in de ervaringen met het Experiment Beroepservaring Jonge Architecten en in het gegeven dat de ons direct omringende landen al wel een beroepservaringperiode kennen.

1.1 Experiment beroepservaring jonge architecten

In september 2003 heeft de voormalig Rijksbouwmeester prof. ir. Jo Coenen het initiatief genomen tot het Experiment Beroepservaring Jonge Architecten. Het Experiment heeft ten doel jonge, pas afgestudeerde architecten praktijkervaring te laten opdoen en voor te bereiden op een volwaardige beroepsuitoefening als architect. De beroepservaringperiode is uitvoerig en succesvol getest tijdens het Experiment. In het tweejarige programma van het Experiment komen de deelnemende jonge architecten met de beroepspraktijk in aanraking via een mentorsysteem op de architectenbureaus en via een begeleidend gemeenschappelijk programma. Alle belangrijke fasen uit de praktijk komen tijdens het Experiment aan bod, vanopdrachtverlening, ontwerp, bouwvoorbereiding, (regelgeving, kosten, selectieprocedures) tot bouwuitvoering. In maart 2008is voor de derde keer het Experiment Beroepservaring Jonge Architecten van start gegaan. Uit evaluaties van het Experiment blijkt dat deelname aan zo’n tweejarig programma voor wat betreft het opdoen van beroepservaring een wenselijke en noodzakelijke aanvulling is op de reguliere opleidingen.

1.2 Internationale aspecten

Ook vanuit internationaal perspectief is de beroepservaringperiode wenselijk en noodzakelijk. In de internationale vakwereld wordt geadviseerd dat afgestudeerden voordat zij als architect werkzaam mogen zijn en als zodanig worden geregistreerd, zij twee jaar ‘acceptabele’ ervaring dienen te hebben opgedaan. Landen zoals België, Duitsland, Engeland en Frankrijk kennen reeds een verplichte beroepservaringperiode. Om de internationale concurrentie te kunnen bijhouden en de kenniseconomie een impuls te geven is het van groot belang dat Nederland in de pas blijft lopen met het buitenland.

2. Bij- en nascholing

De bij- en nascholing, die sinds 2008 al verplicht is voor architecten, is met i nwerkingtreding van de wetswijziging ook van toepassing op stedenbouwkundigen, tuin- en landschapsarchitecten en interieurarchitecten. Zij dienen door middel van passende bij- en nascholing de ontwikkelingen in het vakgebied bij te houden gedurende tenminste 16 uur per jaar. De ontwerpers zijn zelf verantwoordelijk voor de wijze waarop ze aan de bij- en nascholing invulling geven. De SBA heeft kwalitatieve beleidsregels vastgesteld ter zake van passende bij– en nascholing. Op de website van het SBA zal binnenkort een overzicht staan van het actuele cursusaanbod. De ontwerper moet bereid zijn om een persoonlijk bijgehouden overzicht van bij- en nascholingsactiviteiten – achteraf en desgevraagd - aan (potentiële) opdrachtgevers te laten zien. De verplichte bij- en nascholing geldt niet voor personen die in het register staan ingeschreven als dienstverrichter en voor ingeschrevenen die op hun verzoek als niet beroepsmatig actief zijn geregistreerd.

3. Informatieplicht

Er is van afgezien om in de wet gedragsregels op te nemen. Wel is in de wet voor de ingeschrevene een informatieplicht aan opdrachtgevers of potentiële opdrachtgevers opgenomen. Deze plicht houdt in dat de ingeschrevene degene die hem een offerte vraagt dient te informeren over zijn deskundigheid en vakbekwaamheid, met inbegrip van bij- en nascholingsactiviteiten, de dekking van de door hem te verrichten werkzaamheden door een beroepsaansprakelijkheidsverzekering, de rechten en plichten van de opdrachtgever en de borging daarvan. De informatieplicht heeft ook betrekking op de rechten en plichten van derden, die voordien voor hetzelfde object of voor dezelfde opdracht benaderd of ingeschakeld zijn. Deze informatieplicht betekent een versterking van de positie van de opdrachtgever.

4. Interieurarchitectuur

Het opleidingsniveau voor interieurarchitecten wordt gelijkgeschakeld met dat van de andere drie disciplines, d.w.z. voor inschrijving in het register dient men een master-opleiding te hebben afgerond. Op dit moment is inschrijving als interieurarchitect in het register nog mogelijk op basis van een Bacheloropleiding. Door de betrokken onderwijsinstellingen wordt inmiddels met instemming van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gewerkt aan een landelijk opleidingsprofiel voor een nieuwe Masteropleiding interieurarchitectuur. Naar verwachting zal bij de aanvang van het nieuwe cursusjaar in september 2010, of anders in september 2011, in Nederland bij verschillende instellingen een masteropleiding interieurarchitectuur kunnen worden gevolgd. In het voorgestelde artikel 29, tweede lid, van de Wet op de architectentitel wordt gewaarborgd dat ingeval een Masteropleiding op het gebied van interieurarchitectuur ontbreekt op het tijdstip waarop het voorgestelde artikel 12 van de Wet op de architectentitel kracht van wet krijgt, personen die een opleiding hebben afgesloten met het behalen van een diploma of getuigschrift, dat op 15 juli 2008 recht gaf op inschrijving in het architectenregister, zich op grond van dat diploma of getuigschrift kunnen laten inschrijven in het architectenregister.

5. Inschrijving in meerdere disciplines

In de wet is de mogelijkheid opgenomen dat personen die op grond van een 'oud' in Nederland behaald diploma of getuigschrift in het architectenregister staan ingeschreven, maar die gedurende een lange periode ook intensief werkzaam zijn op een van de andere terreinen, zich tevens onder de bij dat terrein behorende titel kunnen inschrijven. Zo willen bijvoorbeeld sommige architecten of landschapsarchitecten ook als stedenbouwkundige in het register worden opgenomen. Het bureau architectenregister zal hiervoor nadere eisen opstellen. Deze eisen hebben in elk geval betrekking op het aantal jaren dat iemand in dat andere vakgebied werkzaam is geweest, op de kwaliteit en kwantiteit van de door hem geleverde prestaties en in geval hij werkzaam is geweest in een multidisciplinair team op de meetbaarheid van de aan hem toe te rekenen prestaties of inbreng.

6. Examenregeling en regeling voor uitzonderlijke bekwaamheid

De regeling van het examen voor personen die tenminste zeven jaar praktijkervaring hebben opgedaan in hun discipline maar zich niet kunnen laten inschrijven omdat zij niet het vereiste diploma of getuigschrift bezitten, wordt door de vakministeries overgedragen aan het bureau architectenregister. Het bureau architectenregister zal hiervoor een regeling opstellen en zal voor elke discipline een aparte examencommissie instellen. Daarnaast kan het bureau, op advies van een commissie van deskundigen, iemand die heeft aangetoond over uitzonderlijke bekwaamheid te beschikken op het gebied waarop hij werkzaam is, inschrijven in het architectenregister. Ook deze bevoegdheid lag hiervoor bij de vakministeries.

7. Organisatie van het architectenregister

De uitvoering van de Wet op de architectentitel voor wat betreft het bijhouden van het register is op dit moment ondergebracht bij de Stichting Bureau Architectenregister (SBA). Het bureau Architectenregister kent een privaatrechtelijke grondslag. De privaatrechtelijke grondslag van het zelfstandig bestuursorgaan SBA zal –op grond van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen (2006)- worden omgezet in een publiekrechtelijke grondslag. Dit brengt de nodige veranderingen mee voor de SBA. Zo wordt de samenstelling van het bestuur niet langer geregeld in de statuten. Het bestuur van negen tot ten hoogste vijftien leden wordt teruggebracht tot een bestuur van ten hoogste drie leden. De minister van VROM benoemt een voorzitter, één lid wordt door de Minister benoemd op voordracht van de gezamenlijke beroepsorganisaties en één lid kan worden benoemd uit de kring van de ongeorganiseerden (in het architectenregister ingeschreven beroepsbeoefenaren die geen lid zijn van de beroepsorganisaties). Het bestuur stelt een bestuursreglement vast. Belangrijk is dat in het bestuursreglement aan de participatie van maatschappelijke organisaties vorm wordt gegeven en dat aandacht wordt geschonken aan de wijze waarop de eigen identiteit van de verschillende disciplines in het voorbereidingstraject van de verschillende door het bestuur te stellen nadere regels wordt gewaarborgd. Een mogelijkheid daartoe is het instellen van commissies voor elk van de vier disciplines.

Voorbereiding van de uitvoering door een projectorganisatie

De SBA wordt in het wetsvoorstel aangewezen om in samenwerking met andere betrokken partijen uitvoering te geven aan de uit de wetswijziging voortvloeiende maatregelen en aan de voorgestelde omvorming van de SBA van privaatrechtelijk tot publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan. De Rijksbouwmeester heeft de SBA verzocht daarvoor een projectgroep in het leven te roepen. Deze projectgroep is verantwoordelijk voor:

De projectgroep is in mei 2009 van start gegaan en staat onder voorzitterschap van voormalig Rijksbouwmeester Kees Rijnboutt.

Inwerkingtreding

Direct na publicatie van de wijzigingswet in het Staatsblad zullen de volgende onderdelen inwerkingtreden:

  1. uitbreiding van de bij- en nascholingsregeling;
  2. het van toepassing verklaren van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen op het bureau architectenregister;
  3. actualisering van de vereiste getuigschriften in de artikelen 9 tot en met 12 van de Wet op de architectentitel, voor zover die in Nederland worden afgegeven en aanpassing van de artikelen die betrekking hebben op de titelbescherming

Een jaar later kunnen de onderdelen in werking treden, die betrekking hebben op de volgende voorstellen:

  1. de regeling voor de tweejarige beroepservaringperiode voor architecten, stedenbouwkundigen en tuin- en landschapsarchitecten;
  2. de examenregeling
  3. Als laatste treedt in werking de tweejarige beroepservaringperiode voor interieurarchitecten. Dit hangt samen met het feit dat eerst de masteropleiding voor interieurarchitectuur zijn beslag moet hebben gekregen. Bijgevoegd is een bijlage met betrekking tot de inwerkingtreding van de beroepservaringperiode.

Draagvlak bij de beroepsorganisaties en onderwijsinstellingen

De beide Technische Universiteiten, de Universiteit Wageningen, het Landelijke Overleg Bouwkunstopleidingen (LOBO), het Overleg Beeldende Kunsten (OBK), de HBO-raad, de vier beroepsorganisaties (BNA, BNSP, NVTL, BNI), en de ministeries van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zijn betrokken geweest bij de voorbereiding van het nieuwe wetsvoorstel. De wenselijkheid en noodzakelijkheid van het opdoen van beroepservaring door afgestudeerde ontwerpers is uitgebreid afgestemd en wordt breed gedragen. Alle genoemde partijen steunen de voorgenomen wijziging van de wet op de architectentitel.

 


 

Bijlage: Aanvullende informatie met betrekking tot de inwerkingtreding van de tweejarige beroepservaringperiode

Tabel: Informatie over fasering WAT en Regeling Beroepservaring en het opleidingstraject via een universitaire studie4 (prognose).

 

Fasering
Wet op de architectentitel (WAT)

Fasering
Regeling beroepservaringperiode

Traject universitaire studie
(voorbeeld)

2009

* Aanbieding aan Tweede Kamer (juli 2009)
* behandeling door Tweede Kamer (najaar 2009)

Voorbereiding door projectorganisatie WAT

Start studie BA-fase (sept. 2009)

2010

Afronding behandeling door Tweede Kamer (voorjaar 2009),
Behandeling door Eerste Kamer (voor/najaar 2009).
KB door Minister VROM m.b.t. inwerkingtreding (per 1 januari 2011)

Voorbereiding door projectorganisatie WAT

BA

2011

Inwerkingtreding WAT (per 1 jan 2011)

Besluitvorming over concept-regeling door Architectenregister

BA

2012

 

Goedkeuring regeling door Ministers van VROM, LNV en OCW.
Bekendmaking Regeling beroepservaring door Architectenregister met
overgangsregeling.
Inhoud overgangsregeling:
De regeling is niet van toepassing op degenen die in het jaar waarin de regels worden bekendgemaakt of in de twee daarop volgende jaren het getuigschrift heeft behaald..”
(art. 12d, tweede lid WAT).

Afronding BA-fase (juni 2012)
Start MA-fase (september 2012)

2013

 

Overgangsperiode

MA

2014

 

Overgangsperiode.
Einde overgangsperiode op 31 december 2014.
Studenten die hun studie op uiterlijk 31 december 2014 afronden, kunnen nog zonder verplichte beroepservaring in het Register.

Afronding MA-fase en getuigschrift (Juni 2014).
Inschrijving in Architectenregister (verplichte beroepservaringperiode geldt nog niet).

2015

 

Start verplichte
beroepservaringperiode
(per 1 januari 2015)

Start verplichte
beroepservaringperiode
(per 1 januari 2015)5

  1. Het begrip ontwerper wordt hier gebruikt als er wordt gesproken over de beroepsbeoefenaren van alle vier de disciplines (architect, stedenbouwkundige, tuin- en landschapsarchitect of interieurarchitect)
  2. Opgemerkt zij dat "beroepservaring" een stap verder gaat dan "praktijkervaring". Praktijkervaring slaat in engere zin op de goede uitoefening van de verworven ontwerpkennis en kunde. Praktijkervaring is nodig om in de beroepspraktijk te kunnen functioneren, zonder dat daarbij de verantwoordelijkheden van een ontwerper uitgeoefend hoeven te worden. Een voorbeeld van het opdoen van praktijkervaring is een stage op een bureau, d.w.z het uitoefenen van het vak zonder de daarbij passende verantwoordelijkheden van een ontwerper. Op dit moment kennen ontwerpers met een universitaire opleiding geen verplichte praktijkstage.
  3. Er is op dit moment geen universitaire opleiding op het gebied van interieurarchitectuur. In het kunstonderwijs bieden de Academies van Beeldende Kunsten een vierjarige bacheloropleiding op het gebied van de interieurarchitectuur aan waarvan het diploma toegang biedt tot het architectenregister mits de opleiding voldoet aan de Nadere regeling inrichting opleidingen architect, stedenbouwkundige, tuin- en landschapsarchitect en interieurarchitect.
  4. In het traject via de Academies van Bouwkunst is de beroepservaringperiode al in de opleiding opgenomen.
  5. Onder het uitdrukkelijke voorbehoud dat de wijziging van de WAT in 2011 van kracht wordt en het bureau Architectenregister de regeling beroepservaringperiode in 2012 bekend maakt.